|
De Gelderlander - 02.04.2003
Tacitus kende Rindern al als Arenacum
De Via Romana, de toeristische route tuissen Nijmegen en Xanten, heeft eigenlijk maar weinig Romeins. De route is vooral aantrekkelijk omdat-ie door de prachtige natuur loopt, maar
van het rijke Romeinse verleden is onderweg maar bar weinig te merken. Dat gaat veranderen. Onlangs werd in Rindern, tussen Kleef en Millingen, in de oude school naast de kerk een klein museum geopend met de
Romeinse vondsten (of replica's daarvan) die in Rindern gedaan werden. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus kende Rindern als Arenacum. Op de plaats waar nu de kerk stond, bouwden de Romeinen een villa.
Resten van de vloerverwarming werden in 1997 tijdens werkzaamheden in de kerk ontdekt. Ze zijn gebruikt om in het museumpje de vloerverwarming gedeeltelijke na te bouwen. Het nieuwe niliseum in Rindern ligt op
de 'ketting' van plaatsen tussen Nijmegen en Xanten waar iets van de Romeinen te zien is. Zo kriegt het infocentrum van Keeken een vitrine met Romeinse vondsten, terwijl in het infocentrum Gelderse Poort
in Millingen vondsten uit deze plaats een plekje moeten krijgen. "Er zijn in deze contreien veel Romeinse vondsten gedaan", zegt Ronald Verheijen van het nieuwe museum van Rindern, dat als naam
Museum Forum Arenacum meekreeg. De naam Forum is wat misleidend: Rindern heeft nooit een forum (marktplaats) gehad. Maar met het museum wil de plaatselijke heemkundekring - de initiator van het museum - wel een
soort marktplaats rond het Romeinse verleden creeren. Het mueseum is vooral bedoeld voor fietsers en automobilisten die de Via Romana volgen en onderweg even willen snuiven aan wat Romeins verleden. Voor een
middagvullend bezoek is het museum echter te beperkt. Wat is er te zien. Behalve de al genoemde vloerverwarming zijn er potten en kruiken van aardewerk en koper, munten en oorbellen te zien. In een hoek staat
een groot anker naast een plank van een Romeins schip. Beiden zijn in Rindern gevonden. "In de Romeinse tijd lag Rindern aan de Rijn. Er was hier dus een haven", licht Verheijen toe. Gepast trots is
hij op een oude Romeinse molensteen met opschrift 'Fines Vici' (dorpgrens). "Die molensteen is ooit op zijn kannt ingegraven en heeft toen als een soort grenssteen gefungeerd", zegt Verheijen.
De steen lag in het Rheinsche Landesmuseum in Bonn en keerde na 150 jaar terug naar Rindern. Maar ook in de bronstijd (1200 tot 750 v. Chr.) werd Rindern al bewoond. Er zijn uit die periode althans urnen
gevonden. In die tijd was het gebruik dat doden verbrand werden. De as werd in urnen bewaard. In het museum zijn enkele van deze urnen te zien. Behalve door de Romeinen werd Rindern ook door Willibrord bezocht.
Hij wa tussen 690 en 777 enkele jaren abt van het klooster dat in Rindern gesticht werd. Willibrord, later heilig verklaard, kerstende de streek en zou hoogstpersoonlijk in een oud Romeins altaar een kruis
gekrast hebben. Dat altaar staat nog steeds in de kerk van Rindern. "Als je het museum bezoekt", zegt Verheijen, "dan nemen we je ook even mee naar de kerk zodat je dat altaar kunt zien."
(zurück)
|
|